Nederlands Français English

SV4e

In 1922 besloten 2 vliegers uit WO I, Jean Stampe en Maurice Vertongen, een vliegschool voor militaire vliegers op te richten. Omdat ze geen enkel bestaand lesvliegtuig geschikt vonden, besloten ze er zelf een te laten bouwen bij de gebroeders Renard te Brussel. In 1930 richtten ze te Deurne de vliegtuigfabriek Stampe-Vertongen op. De tweedekkers die de firma ontwierp en bouwde waren zeer wendbaar, zoals voor een opleidingsvliegtuig hoort. De eerste ontwerpen waren RSV vliegtuigen (Renard Stampe Vertongen) en werden getekend door Alfred Renard. Renard verliet de firma om een eigen fabriek op te starten, en werd vervangen door de jonge ingenieur Georges Ivanow.

In 1932 ontwierp Ivanow de SV-4. Dit toestel, kreeg de registratie OO-ANI en maakte zijn eerste vlucht op 13 mei 1933. Tussen 1933 en 1938 werden er 6 toestellen gebouwd (OO-ANK, OO-AAC, OO-ACB, OO-APR en OO-ASU). Toen Ivanow omkwam in een crash, stopten Stampe en Vertongen de productie van vliegtuigen en legden zij zicht toe op het onderhoud van toestellen. Op aandringen van mevrouw Elza Leysen, een piloot studente van Stampe, werd een nieuwe ingenieur aangeworven. Hij voerde een aantal wijzigingen door aan het oorspronkelijke ontwerp. Door een meetfout werd de vleugel kleiner dan bedoeld, maar hierdoor werden de prestaties alleen maar beter. Er werden twee exemplaren gebouwd, één voor mevrouw Leysen en één voor Thierry d'Huart. Bij het uitbreken van WO II stond zijn toestel verstopt in de tuin van zijn kasteel. Op 4 juli '41 konden de piloten Michel Donnet en Leon Divoy ermee naar Engeland vluchten. In 1945 keerde dit toestel terug naar België. In 1960 ging het verloren in een crash.

Ingenieur Demidoff kreeg de opdracht een Belgisch acro vliegtuig te bouwen, dit werd de SV-4Bis. Het eerste exemplaar, de OO-JAN, genoemd naar de Belgische luchtvaartpionier Jan Olieslagers, vloog op 19 oktober 1937. De oorlogsdreiging werd groter en Frankrijk bestelde daarom 200 SV.4b's. Om de Belgische neutraliteit te omzeilen, liet men deze in licentie bouwen bij Farman in Frankrijk (als SV-4c). Toen de oorlog België bereikte, vluchtte Jean Stampe naar Frankrijk, en bleef de gehele oorlog ondergedoken in Parijs. De fabrieken werden in 1940 platgebombardeerd.

Tijdens WO 2 gebruikten de Duitsers de fabriek om hun Messerschmitt's te herstellen. Tegen het einde van de tweede wereldoorlog, was de Stampe & Vertongen fabriek volledig verwoest. De ateliers van Renard waren, als bij een wonder, gespaard gebleven. In 1947, nadat Stampe en Vertongen opnieuw gingen samenwerken met hun oorspronkelijke partner Renard, werd de productie van de SV4-B heropgestart. Ze vernieuwden de SV-4B met een krachtigere motor en een gesloten cockpit. De Belgische Luchtmacht wou intussen de Tiger Moth toestellen vervangen en bestelde 66 SV-4B toestellen. Hiermee werd de SV-4B het meest succesvolle Belgische vliegtuig. De Belgische Lucht Kadetten gebruikten tot in de jaren 70 de SV-4B als sleepvliegtuig. Met de fabriek ging het echter langzaam bergaf. In 1970 was de fabriek niet meer modern genoeg om nog te kunnen concurreren en werd de productie definitief stilgelegd.





Specifications


Power Plant 180 HP Lycoming
Width 35 ft 4 "
Length 22 ft 5 "
Wing Surface 178.5 sq ft
Gross Weight 1500 lbs
Empty Weight 825 lbs
Seats 2
Maximum Speed 120 kts
Cruising Speed 82 kts
Service Ceiling 15.750 ft
Range 315 NM